Het verhaal van Tamar

12-11-2025
93 keer bekeken

"Tamar’s droom werd geen vliegtuig... maar een hemelse vlucht."

In de zomer van 2015 maakte de toen 9-jarige Tamar haar eerste vliegreis. Met Transavia naar Kreta. Ze had er weken naar uitgekeken. Vliegtuigen vond ze indrukwekkend. Zoals ieder kind dat een eerste keer vliegt, wilde ze bij het raampje zitten om het opstijgen te ervaren en het uitzicht over Europa te kunnen zien. Ze was op slag verliefd. Op het vliegen en het hele wereldje eromheen. Niet alleen letterlijk, maar ook figuurlijk zat ze met haar hoofd in de wolken. Vanaf dat moment stond het voor haar vast: "Ik word stewardess."

Op school was Tamar vaak stil en rustig, timide bijna, maar binnenshuis uitte ze zich. Ze moest een band met je voelen om zich open te stellen. Ze had dan ook een klein, vast clubje vriendinnen. En een hartsvriendin, voor wie ze cadeautjes kocht op vakantie. Het was zo’n lieve meid. Als een kind gepest werd, kon ze daar ook echt mee zitten. Dan zei ze bij het slapengaan: “Ik doe er niet aan mee mam, dat vind ik zielig”. Tamar en ik hadden een goede band. Overdag kletsten we veel en de avond rekte Tamar het liefst zo lang mogelijk op. Ze maakte het graag gezellig in haar kamer als het donker werd met kleine lichtjes en kaarsen. Ze hield ook enorm van vakanties. En vooral de reis ernaartoe. 

“Elke vlucht was weer een moment dichter bij haar droom.”

In 2016, op de terugvlucht van Gran Canaria, kreeg haar droom om stewardess te worden voor het eerst vleugels. Tamar moest naar het toilet. Ze wilde dat ik meeging, omdat ze het slot op de wc-deur spannend vond. Terwijl Tamar op het toilet zat, raakte ik aan de praat met de stewardessen die achterin het keukentje stonden. Ik zei dat Tamar later ook stewardess wilde worden. De stewardess vroeg: “Het meisje dat net de wc in ging?”. Ik zeg: “Ja”. “Zou ze het leuk vinden om met mijn collega nog even een laatste ronde te doen om het afval op te halen?”. Dus ik zeg: “Dat moet je haar wel zelf vragen, ze is best verlegen”. Zodra Tamar uit het toilet kwam, ging de blonde stewardess door haar knieën. Ze keek Tamar aan en vroeg of ze misschien wilde helpen het afval op te halen? Tamar keek eerst naar mij, maar knikte vervolgens enthousiast ja. Even later zag ik haar door het gangpad komen, omgetoverd tot een echte stewardess. Van de één kreeg ze een jasje, van de ander een sjaal, en haar blonde haren zaten in een perfecte knot. De blikken van haar broers Ruben en Aron waren goud waard. Ze deed het zo keurig en beleefd. Na de landing mocht ze nog even in de cockpit kijken. Haar droom was die dag tastbaar geworden: ze moest en zou stewardess worden.

Alles wat volgde, stond in het teken van die droom. Ze koos haar vakkenpakket op het VMBO met Engels en Duits. We bezochten samen een open dag van het MBO College Airport in Hoofddorp, waar ze met veel enthousiasme alle uitleg volgde. De weg naar haar droom lag wagenwijd open. Maar begin 2020 veranderde alles. 

De lockdown zette de wereld stil. Voor Tamar, een meisje dat altijd bruiste van de energie, viel alles weg. Geen zwemtrainingen meer, geen dagen op school. Actief bleef ze wel zo veel mogelijk. Ze deed thuis fitnessen met behulp van online sportcursussen en samen gingen we regelmatig hardlopen. Maar dat doe je natuurlijk niet de hele dag. De laptop, die ze kreeg voor de online lessen, werd haar poort naar de wereld. Uit verveling ging ze meer het internet op. Kleding bekijken, filmpjes van songfestivals bekijken, maar ook DIY-video’s voor het maken van bruisballen of lippenbalsems. 

Een paar dagen nadat we thuiskwamen van onze vakantie in Portugal liep de situatie plots uit de hand. Het was in de nacht van donderdag op vrijdag, toen Jan, mijn man, haar om vier uur ’s nachts achter de computer ontdekte. Ik zei tegen haar: “Morgenavond lever je jouw laptop in.” Zo gezegd, zo gedaan. Om klokslag twaalf uur nam ik haar laptop en uiteindelijk ook haar mobieltje in. "We gaan nu slapen," zei ik. "Morgenochtend krijg je alles terug." Tamar stond op dat moment voor de spiegel in de badkamer. Tamar werd boos en voelde zich onbegrepen. Na een uur kwam ze naar beneden en zei dat ze naar buiten ging. Ik stond voor haar, strekte mijn hand uit en ze gaf de sleutel terug, maar ik was haar eigen sleutel vergeten: die zat nog in haar schooltas. Nadat ze weer van boven kwam hoorde ik de achterdeur… 

“Dat was meteen de laatste keer dat ik haar gezien heb.”

Ik rende naar boven, pakte mijn mobiel, trok mijn jas aan en sprong op de fiets. Ik dacht haar zo gevonden te hebben. Een meisje van veertien, alleen in de nacht op Marken, dat kon niet lang duren. Maar de minuten werden uren. Ik fietste naar de haven, het centrum, het strandje. Na een half uur maakte ik Jan wakker. Hij fietste door het dorp en keek op plekken waar ze zichzelf kon verstoppen. Na een uur stapte hij in de auto. Hij reed de hele Waterlandse Zeedijk af, richting Monnickendam, en weer terug. Hij zag Tamar niet, behalve iets wits in de berm, verscholen in het hoge gras. Een dode gans, leek het.

Ondertussen belde ik de politie. Ze vroegen om een foto van Tamar. Ik stuurde een foto van onze vakantie in Portugal per whatsapp door. Na een tijdje hoorde ik de autodeur dichtslaan. Ik keek naar buiten. Tamar stapte niet uit de auto. En dan word je echt bang. Ik stapte zelf weer op de fiets. Rond 5 uur begon het te schemeren. En toen dacht ik nog: gelukkig, het wordt licht. Dan zien mensen haar lopen, dan komt ze vast wel terug. 


Tamar in Albufeira

Toen ik dat dacht, belde Jan. "Je moet komen. De politie is hier." Toen ik de woonkamer binnenkwam, vroegen ze me meteen om te gaan zitten. Ik bleef een beetje ijsberen en wederom vroegen ze of ik wilde gaan zitten. Zitten betekent slecht nieuws, dacht ik. "Wij hebben Tamar gevonden", zeiden ze. Je weet op dat moment dat het foute boel is, maarja, ik vroeg toch: “Waar is ze dan? Is ze in het ziekenhuis?” De agent antwoordde: “Nee. Ze is helaas overleden.” Op dat moment had ik het gevoel dat ik geen onderdeel meer was van de werkelijkheid. Ze was doodgereden. Achtergelaten in de berm. Tussen Monnickendam en Marken. Tussen het hoge gras. Jan ging met de politie in gesprek. Het moest nog indalen bij hem, hij was op zoek naar antwoorden. Mijn eerste gedachte was: “En nu? Hoe moet ik verder leven?’’ Deze nacht was, en blijft voor altijd, de zwartste nacht van ons leven.

“Mijn man realiseerde zich dat wat hij in de berm had gezien helemaal geen gans was.”

Een halve week na het ongeval werd ik gevraagd om een oproep te doen bij Op1: of degene die Tamar had aangereden zich alsjeblieft wilde melden. Ik sprak recht in de camera: “Ze was een heel zachtaardig kind. Heel lief, ze deed eigenlijk nooit een ander wat aan, zowel mens als dier niet. Ze is nu in de berm achtergelaten als een beest. Dit gun je d’r niet.” De ochtend voor het tv-optreden, werd de kist met het lichaam van Tamar pas thuis gebracht. Ik werd die dagen geleefd. Mensen moesten tegen me zeggen wanneer ik moest douchen en eten. Ik wilde alleen maar gerechtigheid voor Tamar. Op dat moment wisten we nog helemaal niks. Er was nog geen auto, geen bestuurder, helemaal niks.

Wat een rouwproces had moeten zijn, is sindsdien een jarenlang gevecht. Een emotioneel slopende strijd tegen een systeem dat ons in de steek laat. Het duurde tien dagen voordat er voor het eerst een dader in beeld kwam, dankzij het briljante speurwerk van mijn nichtje Melissa. Zij vond online, op basis van een korrelige foto van de politie, de specifieke Mazda 3 met een witte kentekenplaat met daarin vier Iraakse asielzoekers die in Duitsland verbleven. Het Openbaar Ministerie wilde de zaak seponeren. Ze wisten niet hoe Tamar in de berm was beland, zeiden ze. De bestuurder en bijrijder verklaarden dat ze op hun navigatie keken en op enig moment voelden dat ze ergens overheen reden. Ze dachten over een gat in de weg te zijn gereden en gaven in hun verhoor aan niet gestopt te zijn. Meer dan een geldboete voor telefoongebruik achter het stuur zat er niet in voor het OM. Het vertrouwen in justitie was bij ons compleet verdwenen. 

“Je moet opboksen tegen een muur van onwil en onmacht, en elke keer dat je die muur raakt, voelt het alsof je een trap na krijgt.”

Het politiedossier gaf aan, dat Tamar niet vanzelf in de berm had kunnen komen. We lieten een ongevallendeskundige onderzoeken of het lichaam kon zijn verplaatst na de aanrijding. En wat bleek? Op basis van de sporen die op de weg gevonden waren, moest Tamar na de aanrijding zijn verplaatst. We startten een artikel-12-procedure. Uiteindelijk gaven het OM en het gerechtshof ons gelijk, dan voel je je eindelijk gehoord. Maar helaas wachten wij nu, 2 jaar na het besluit van het OM om de zaak opnieuw te onderzoeken, nog steeds op het afgeronde onderzoeksdossier. Nu, eind 2025, lopen de bestuurder en zijn 3 inzittenden nog steeds vrij rond. Na 5,5 jaar nog steeds geen gerechtigheid of zicht hierop.

“Deze strijd wilden we nooit voeren, maar we blijven ons uitspreken voor Tamar. Omdat zij geen stem meer heeft, maar wel recht heeft op gerechtigheid.”

Je blijft toch nog altijd weleens denken: “Had ik haar maar met alle macht binnen gehouden”, of: “Had ik haar telefoon maar niet afgepakt, dan was ze niet weggelopen." En bij Jan bleef het idee hangen dat als hij eerder buiten Marken had gezocht, hij Tamar wellicht op tijd had gezien. Dat zijn pijnlijke gedachten om mee achter te blijven als ouder. Met de jaren wordt het verdriet erger, het gemis groter en de herinneringen moeilijker om vast te houden. Toch moet je ook door. We zijn gelovig. Dus we weten dat we haar straks weer zien. Maar het duurt wel erg lang.

“Dit verdriet slijt niet. Wij hebben levenslang.”

Naast een cocktail aan gevoelens van verdriet, gemis en ook strijd, heeft de dood van Tamar ook een moreel vuur aangewakkerd van binnen. Een intrinsieke motivatie om de weg veiliger te maken en meer onnodig leed te voorkomen. 

Ik werk  bij de gemeente Amsterdam, waar ik me momenteel onder andere bezighoud met de herinrichting van de openbare ruimte, waaronder het veiliger maken van de wegen. Na 23 jaar als planeconoom in de gebiedsontwikkeling wilde ik iets anders, iets met meer directe impact. Ik was op zoek, maar wist nog niet waarnaar. Tot een teamleider van het Ingenieursbureau van Amsterdam mij vroeg hoe het nu ging. Ik gaf aan, dat ik wat anders in mijn werk wilde. Ze keek me aan en vroeg of ik weg wilde bij de gemeente. Ik zei nee, maar er moet wel wat gebeuren om te blijven. Zij zocht iemand met Amsterdamse ervaring voor de functie manager projectbeheersing voor de herinrichting van de openbare ruimte van Amsterdam Zuid. Het voelde alsof de functie voor mij bestemd was. Pas later drong de diepere betekenis tot me door. Mijn nieuwe werkplek was Amsterdam Zuid, de plek waar Tamar is geboren. En mijn hoofdtaak werd onder andere het veiliger maken van de wegen, zoals het aanleggen van 30-kilometerzones. Precies het werk dat nodig is om te voorkomen dat andere ouders meemaken wat ons is overkomen. Toeval bestaat niet.

“Het voelt alsof ik van bovenaf wordt aangestuurd.”

Zo was er ook iets bijzonders voorgevallen in de nacht voor de begrafenis van Tamar, precies een week na haar dood. Een gigantische onweersknal, boven de Gouwzee bij Marken. Eén snoeiharde donderslag, zonder regen of verder gedonder. Zelf had ik erdoorheen geslapen, maar mijn man en schoonzus waren er beiden van wakker geschrokken. Toen ze mij die ochtend vertelden van de knal wist ik het. Ik vroeg aan mijn schoonzus: “Hoe laat was het?” Mijn schoonzus zei dat haar moeder, die de knal ook had gehoord, op de wekker had gekeken. Ze antwoordt: “Het was drie minuten over drie. Dus ik zeg: “Dan weet ik dat Tamar rond dat tijdstip is overleden.” "Hé, waar heb je het over?” zegt ze. Ik zei tegen haar: “Dit was geen onweer. Dit was Gods stem. Geloof het of niet, maar mijn conclusie klopte. 4 dagen later werd door de politie bevestigd dat de auto van de dader om exact 9 minuten over drie Marken was binnengereden. En de reistijd vanaf het ongeluk bedroeg ongeveer 6 minuten. Ik zei tegen Jan terwijl we op het politiebureau in Zaandijk waren en dit na ons verhoor uit het nieuws moesten vernemen: “Dat wisten we al”. 

Tamar was een levensgenieter en wilde zo graag het leven ten volle leven. Haar droom om met een vliegtuig de wereld rond te gaan, is helaas niet uitgekomen. Maar haar droom om te vliegen heeft wel een vorm gekregen. Haar mooiste vlucht werd een hemelse vlucht. Een vlucht naar de plek waar ze ten volle mag leven.
 

Afbeeldingen

Cookie-instellingen